Van verkennen naar verantwoorden: mijn aanpak van AI in het onderwijs
Binnen het onderwijs wordt AI vaak gepresenteerd als iets waar we snel op moeten aanhaken. Nieuwe toepassingen volgen elkaar in hoog tempo op en de aandacht verschuift al snel naar efficiëntie en mogelijkheden. In mijn werk merkte ik dat deze manier van kijken onvoldoende aansluit bij de inhoud en opzet van de scholing en projecten die ik begeleid. Ze laat weinig ruimte voor verschillende uitgangsposities, leerbehoeften en professionele vragen van mensen die met AI aan de slag gaan.
Daarom heb ik vanaf het begin gekozen voor een bewuste, praktijkgerichte aanpak. Voor mij is AI geen doel op zich, maar een middel om professioneel leren, reflectie en dialoog te verdiepen.
Mijn vertrekpunt ligt daarbij nooit in technologie, maar altijd in ervaring. Vanuit mijn achtergrond in het cluster 2-onderwijs, mijn eigen taalontwikkelingsstoornis en mijn werk met visueel en taal ondersteunend materiaal stel ik steeds dezelfde vraag: wat heeft iemand nodig om te begrijpen, mee te kunnen doen en nieuwsgierig te blijven om verder te leren? Die vraag neem ik ook mee in mijn werk rondom AI.
AI-geletterdheid als professioneel handelen
AI-geletterdheid gaat voor mij niet over het kunnen bedienen van een tool, maar over begrijpen wat je inzet, waarom je dat doet en welke impact dit heeft op het vakgebied en de onderwijspraktijk. Deze visie vormt de basis van mijn aanpak, zowel in de opzet van scholing en sessies als in het delen van online informatie en het werken met (groeps)opdrachten voor deelnemers.
De eerste fase van het project stond daarom in het teken van verkennen en verdiepen. In plaats van direct toepassingen te ontwikkelen, heb ik bewust geïnvesteerd in een stevige inhoudelijke basis. Deelnemers kregen inzicht in wat AI is, hoe generatieve AI werkt en welke aannames daarin besloten liggen. In vervolgsessies was er expliciet aandacht voor ethische vraagstukken zoals bias, hallucinaties en digitale geletterdheid. Deze verdieping hielp om AI niet alleen te zien als een kansrijk hulpmiddel, maar ook als een systeem dat kritisch bevraagd moet worden. Daarmee kreeg AI-geletterdheid een duidelijke ethische en professionele lading.
In groeps- en huiswerkopdrachten werkten deelnemers met verschillende AI-tools om deze te verkennen, te vergelijken en te ervaren. Niet met de vraag welke tool technisch het meest vernieuwend is, maar hoe AI kan ondersteunen bij concrete vraagstukken uit de onderwijspraktijk. Deelnemers vergeleken prompts en output met behulp van een promptgids en ondersteunend materiaal, en stonden stil bij thema’s als privacy, het delen van informatie met AI en ethische afwegingen.
Door middel van groepsgesprekken en stellingen reflecteerden we gezamenlijk op wat AI betekent voor het onderwijs en voor het eigen professionele handelen. Deze gezamenlijke verkenning maakte zichtbaar dat AI geen neutrale of uniforme oplossing is, maar een ondersteunend hulpmiddel dat vraagt om bewuste, doordachte keuzes.
Samen leren, samen richting geven
Een belangrijk onderdeel van dit proces was het delen van ervaringen. Deelnemers werkten zelfstandig verder met AI en brachten hun bevindingen terug naar de groep. Dit leverde niet alleen waardevolle inzichten op, maar zorgde er ook voor dat kennis en voorbeelden werden gedeeld met collega’s in de eigen werkomgeving. Zo ontstond een lerend netwerk waarin samen ontdekken, uitwisselen en reflecteren centraal stonden.
In een volgende fase vertaalde ik deze inzichten steeds concreter naar de praktijk. AI werd verbonden aan herkenbare onderwijssituaties door te werken met voorbeelden van prompts, scenario’s en een praktische promptgids, die samen met een kleine groep deelnemers werd ontwikkeld en getest. Hierdoor werd AI minder abstract en groeide het begrip van hoe output tot stand komt. In het delen van deze proceskennis koos ik bewust voor interactie in plaats van eenzijdige instructie, onder andere door AI in te zetten als virtuele gesprekspartner. Deze werkwijze sluit aan bij mijn overtuiging dat leren ontstaat in dialoog en reflectie, niet door het enkel overdragen van informatie.
Terugkijkend zie ik een duidelijke samenhang in de stappen die zijn gezet. Elke fase bouwde voort op de vorige en droeg bij aan mijn visie op AI-geletterdheid als een gelaagd begrip. Het gaat om begrijpen hoe AI werkt, kritisch kunnen reflecteren op uitkomsten, bewust en ethisch handelen binnen de eigen context en het inzetten van AI ter ondersteuning van praktijkvragen – niet als vervanging van professioneel of pedagogisch handelen. Deze visie is niet in één keer ontstaan, maar heeft zich ontwikkeld door te leren, toe te passen, te reflecteren en waar nodig bewust te vertragen.
Mijn manier van werken wordt gekenmerkt door verbinden en verduidelijken. Ik streef ernaar complexe technologie begrijpelijk te maken zonder deze te versimpelen. Dit AI-project is voor mij dan ook geen los innovatietraject, maar een inhoudelijke stap in mijn professionele ontwikkeling. Het laat zien hoe mijn denken over AI is verdiept en hoe AI-geletterdheid voor mij steeds meer staat voor bewust, inclusief en waarde gedreven professioneel handelen in een steeds digitaler onderwijslandschap.
