Gun je jezelf tijd? Gun je jezelf eigenlijk genoeg tijd?

Als ik terugkijk op mijn schoolloopbaan, van het vso via mbo niveau 1 tot en met mbo niveau 4 en daarna het hbo, zie ik vooral hoeveel stappen ik heb gezet. Mijn TOS speelde daarin soms een rol, maar was niet het enige wat mijn ontwikkeling beïnvloedde. Ook mantelzorg en de verantwoordelijkheid die daarbij kwam kijken, namen tijd en aandacht in beslag. Toch wist ik onderweg niet altijd precies wat ik wilde doen. Ik wist vooral één ding: ik wilde iets bereiken en verder komen. Misschien koos ik daardoor soms voor de weg die op dat moment logisch of haalbaar voelde, zonder precies te weten waar die uiteindelijk naartoe zou leiden.

Laatst keek ik opnieuw naar mijn cijfers van het laatste jaar van de hbo-bachelor en verbaasde ik me over hoe hoog sommige cijfers waren. Dat zette me aan het denken. Als ik blijkbaar zulke resultaten kon halen, waarom had ik onderweg dan soms het gevoel dat ik voor de makkelijkste weg koos? Achteraf kan een route vanzelfsprekend lijken, maar dat betekent niet dat die route ook makkelijk was. Alles wat eromheen gebeurde, de keuzes die ik moest maken en de stappen die ik heb gezet, horen net zo goed bij die ontwikkeling als het uiteindelijke resultaat.

De vraag hoeveel tijd je jezelf gunt klinkt eenvoudig, maar ik merk dat ik daar zelf lang anders naar heb gekeken. Ik wilde vooruit, leren, groeien en iets bereiken. Mijn ambitie was groot en dat is nog steeds zo. Tegelijk raakte die ambitie steeds meer verbonden aan het idee dat ik moest laten zien dat ik het kon, bijvoorbeeld met diploma’s, functies en steeds weer een volgende stap.

Daardoor leek ontwikkeling soms pas te tellen wanneer die zichtbaar werd. Alsof er ook een tempo bestond waarin alles moest gebeuren. Ik keek naar waar ik stond en dacht bijna meteen alweer na over waar ik daarna naartoe wilde. Wat ik had bereikt, voelde daardoor soms maar kort als genoeg.

Pas later begon ik beter te begrijpen wat daaronder zat. Het ging niet alleen om ambitie, maar ook om perfectionisme en de verwachting dat ik sneller moest leren, verder had moeten zijn of eerder had moeten weten wat ik wilde. Vooral dat woord bleef bij mij hangen: moeten. Terwijl ik bezig was met waar ik volgens mezelf al had moeten staan, zag ik soms minder goed hoeveel er ondertussen al gebeurde.

Ontwikkeling heeft niet één tempo

Mijn eigen weg verloopt niet altijd volgens een duidelijk plan. Sommige dingen kosten meer tijd dan ik vooraf denk, omdat leren, ervaring opbouwen en ontdekken wat bij je past zich niet altijd laten plannen. Toch is het makkelijk om naar anderen te kijken en jezelf daarmee te vergelijken. De één rondt eerder een opleiding af, de ander zet sneller een volgende stap of lijkt op jonge leeftijd al precies te weten welke richting hij of zij op wil. Voor je het weet, wordt het tempo van iemand anders een meetlat voor je eigen leven.

Juist binnen mijn eigen gezin zie ik hoe verschillend ontwikkeling kan verlopen. Daarbij speelt voor mij nog iets mee: ik ben binnen ons gezin de enige met TOS. Mijn broer en zussen hebben dat niet. Dat betekent niet dat hun weg automatisch makkelijker is, maar wel dat mijn ontwikkeling op sommige momenten anders is verlopen. Voor mij maakt dat steeds duidelijker dat je niet van iedereen dezelfde route of hetzelfde tempo kunt verwachten.

Mijn zus begon op vmbo-kader en werkt nu als financial project controller. Haar startpunt vertelde niet waar ze uiteindelijk terecht zou komen, want daartussen lagen jaren van leren, werken, ervaring opdoen en steeds opnieuw stappen zetten.

Mijn broer werkt inmiddels bijna tien jaar als zzp’er in de beveiliging. Zelf dacht ik vroeger misschien sneller dat een kantoorbaan veiliger was, maar uiteindelijk weet je nooit precies wat de volgende dag brengt. Eén ding is me altijd bijgebleven: als je midden in de nacht wordt gebeld, is dat meestal geen goed teken. Dat liet mij ook zien dat zekerheid niet alleen afhangt van het soort werk dat je doet. Juist daarom vind ik het mooi om te zien hoe hij met zijn ervaringen omgaat en hoe hij zijn werk aanpakt. Veel van wat hij in al die jaren heeft geleerd, staat niet op een diploma, maar zit in de verantwoordelijkheid die hij draagt, de situaties die hij meemaakt en de keuzes die hij daarin steeds opnieuw leert maken.

Mijn jongste zus is nog zoekende in haar studie. Ze probeert dingen uit, twijfelt en stelt vragen over wat bij haar past. Juist daarin zie ik steeds meer iets wat ik vroeger moeilijker vond om te accepteren: ook zoeken hoort bij ontwikkeling. Je hoeft niet altijd meteen te weten wat de juiste keuze is. Soms is tijd juist nodig om daarachter te komen.

Niet alles hoeft meteen duidelijk te zijn

Vroeger gaf een duidelijk plan mij houvast. Weten waar ik naartoe werkte voelde prettig, terwijl ik twijfel vooral zag als iets wat opgelost moest worden. Als ik maar lang genoeg nadacht, moest er ergens toch één juiste keuze zijn.

Nu denk ik daar anders over. Sommige antwoorden ontstaan pas wanneer je iets probeert, omdat je vooraf niet altijd kunt weten of iets bij je past. Soms moet je ergens aan beginnen om te ontdekken dat je een andere richting op wilt, en soms begrijp je pas later wat je uit een bepaalde periode hebt meegenomen.

Dat betekent niet dat die tijd verloren is. Misschien was die tijd juist nodig om iets te leren wat je eerder nog niet kon zien. Dat probeer ik ook steeds meer op mezelf toe te passen. Niet iedere stap hoeft groot te zijn om te tellen en niet alles wat je leert is meteen zichtbaar. Iets wat langer duurt, is daarom niet automatisch minder waardevol.

Ik merk ook dat mijn eigen ongeduld daarin meespeelt. Als ik iets wil, wil ik vaak het liefst meteen vooruit en weten waar ik aan toe ben. Wachten tot iets duidelijk wordt of accepteren dat iets meer tijd nodig heeft, vind ik niet altijd makkelijk. Juist daarin probeer ik steeds vaker te herkennen dat sneller niet automatisch beter betekent.

Voor iemand anders kan ik dat vaak makkelijk zien, maar voor mezelf blijft het soms lastiger. Hoeveel tijd geef ik mezelf voordat ik vind dat iets gelukt moet zijn? Hoe snel verwacht ik dat ik een keuze maak of weet wat mijn volgende stap wordt? En zou ik diezelfde haast ook bij iemand anders neerleggen?

Ambitie zonder voortdurende haast

Ik merk dat mijn kijk daarop langzaam verandert. Ik wil nog steeds vooruit, blijven leren, mezelf ontwikkelen en nieuwe dingen bereiken. Die ambitie hoeft van mij niet kleiner te worden, maar misschien hoeft er ook niet voortdurend haast achter te zitten.

Ik hoef niet iedere fase zo snel mogelijk af te ronden om naar de volgende te kunnen, want er mag onderweg ook iets ontstaan. Voor mij zit daar steeds meer het verschil. Jezelf tijd gunnen betekent niet dat je stopt met bewegen of geen doelen meer hebt, maar dat je accepteert dat ontwikkeling soms tijd vraagt en dat je niet alles kunt afdwingen.

Ik ben zelf ook nog onderweg en er zijn genoeg dingen die ik wil leren, onderzoeken en bereiken. Toch kijk ik ook naar morgen, maar wel vanuit wie ik vandaag ben en wat bij mij past. Misschien hoef ik niet steeds te bepalen of ik al ver genoeg ben, maar mag ik ook kijken naar wat ik onderweg leer en welke stappen ik al heb gezet.

Misschien is dat uiteindelijk de vraag die ik mezelf vaker wil stellen: ben ik al ver genoeg, of gun ik mezelf genoeg tijd?

Winkelwagen
Scroll naar boven