Hebben we al die AI-tools in het onderwijs eigenlijk wel nodig?

Er komt bijna geen week voorbij zonder dat er weer een nieuwe AI-tool voor het onderwijs opduikt. Een tool om lessen te maken, voor feedback, om toetsen te genereren, voor differentiatie, presentaties, administratie, planning, communicatie met ouders of leerlingbegeleiding.

En ergens begon ik me af te vragen: hebben we dit allemaal werkelijk nodig?

Niet omdat ik tegen AI ben. Integendeel. Ik zie heel goed wat deze technologie mogelijk maakt en hoeveel kansen er voor het onderwijs liggen. Maar misschien stellen we op dit moment te vaak de verkeerde vraag.

We vragen: welke AI-tools kunnen we nog gebruiken? Terwijl ik steeds vaker denk dat we ergens anders zouden moeten beginnen: wat heeft een school, docent of leerling eigenlijk nodig? En is AI daarvoor wel het juiste hulpmiddel

Dat lijkt een klein verschil, maar volgens mij verandert het bijna alles.

AI is niet hetzelfde als een AI-tool

Eerst iets wat in gesprekken over AI nogal eens door elkaar loopt. AI is de technologie. Een AI-tool is een toepassing die daar gebruik van maakt.

Een taalmodel kun je bijvoorbeeld zien als de motor. Een toepassing als Copilot of een specifieke onderwijsapplicatie bouwt daar iets omheen: een interface, instructies, opslag, koppelingen met andere systemen en soms functies voor een bepaalde doelgroep.

Als dezelfde onderliggende technologie teksten kan schrijven, samenvatten, vragen kan bedenken, feedback kan formuleren en informatie kan analyseren, waarom hebben we voor al die functies dan automatisch verschillende tools nodig?

Soms is daar een goede reden voor. Een gespecialiseerde toepassing kan goed aansluiten op een leeromgeving, rekening houden met een curriculum, beter omgaan met leerlinggegevens of ondersteuning bieden die een algemene AI-omgeving niet biedt.

Maar ook dan zou de eerste vraag niet moeten zijn: wat kan deze tool allemaal?

Eerder: waar lopen we eigenlijk tegenaan?

Soms is een nieuwe AI-tool vooral een nieuwe verpakking rond iets wat een bestaande toepassing ook al kan. En precies daar begint voor mij de twijfel.

Een hulpmiddel dat zelf weer werk oplevert

AI kan docenten op allerlei manieren ondersteunen. Het kan een eerste opzet voor een les maken, teksten aanpassen aan verschillende niveaus, ideeën genereren, oefenvragen bedenken, een lange tekst terugbrengen tot de kern of helpen om sneller een brief of uitleg te formuleren.

Voor leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften kunnen de mogelijkheden nog interessanter zijn. Denk aan teksten voorlezen of vereenvoudigen, vertalen, spraak omzetten naar tekst of ondersteuning bieden op een niveau en tempo dat beter aansluit bij een leerling.

Maar dat betekent nog niet dat iedere mogelijkheid een aparte applicatie nodig heeft. Want als er voor iedere taak een nieuwe tool bijkomt, ontstaat er ook nieuw werk: accounts beheren, nieuwe omgevingen leren kennen, uitzoeken welke gegevens je er wel en niet in mag zetten, licenties regelen, privacy voorwaarden beoordelen, collega’s scholen, leerlingen uitleg geven en koppelingen maken met bestaande systemen.

En dan wordt een hulpmiddel dat werk zou moeten besparen ineens zelf weer werk.

Dat vind ik een vreemde tegenstelling. We voeren technologie in om de werkdruk te verminderen, maar kunnen ondertussen een compleet nieuw landschap van applicaties creëren dat ook onderhouden moet worden.

Eerst de vraag, daarna pas de tool

Volgens mij moeten we daarom beginnen in de school en in de klas. Waar lopen docenten daadwerkelijk tegenaan? Waar krijgen leerlingen nu onvoldoende ondersteuning? Welke dingen zouden we graag willen doen, maar zijn met de beschikbare mensen, tijd of middelen moeilijk haalbaar?

Pas daarna wordt de vraag naar een oplossing interessant.

Misschien is dat AI. Maar misschien is het een betere afspraak, scholing, een andere organisatie van het werk, een aanpassing in het curriculum, software die al aanwezig is of gewoon een eenvoudiger proces.

Voor mij hoort de volgorde daarom eerder zo te zijn:
Echte behoefte → mogelijke oplossing → vervolgens pas de vraag of AI daarbij helpt.

En niet:
Er is een nieuwe AI-tool → laten we eens kijken waar we hem voor kunnen gebruiken.

Dat laatste is natuurlijk verleidelijk. Veel toepassingen zien er indrukwekkend uit: een avatar die uitleg geeft, een toepassing die met één druk op de knop een complete les bouwt of een chatbot die iedere leerling persoonlijk zegt te kunnen begeleiden.

Maar indrukwekkend is nog niet hetzelfde als onderwijskundig waardevol.

Een oplossing die nog op zoek is naar een probleem

Misschien vind ik dat nog wel een van de interessantste kanten van deze ontwikkeling. Er zit natuurlijk ook gewoon een markt achter AI. Bedrijven ontwikkelen producten en willen die verkopen. Daar is op zichzelf niets vreemds aan.

Maar daardoor kunnen we ongemerkt van richting veranderen. We lossen dan niet meer alleen bestaande problemen op met nieuwe technologie, maar gaan ook problemen zoeken die passen bij de technologie die al ontwikkeld is.

Nieuwe AI-toepassingen kunnen veel indrukwekkende dingen. Maar dat betekent nog niet automatisch dat ze ook iets toevoegen aan goed onderwijs. De belangrijkste vraag blijft daarom: welk probleem lossen we ermee op, en helpt deze toepassing leerlingen daadwerkelijk om beter te leren of docenten om beter onderwijs te geven?

Een tool kan technisch uitstekend werken en onderwijskundig toch weinig toevoegen.

Waar AI wel iets bereikbaar kan maken

Tegelijkertijd wil ik de andere kant niet uit het oog verliezen. Er zijn situaties waarin AI iets mogelijk kan maken wat anders moeilijk bereikbaar is. Vooral bij toegankelijkheid en specifieke ondersteuning zie ik daar veel potentie.

Tekst laten voorlezen, taal vereenvoudigen, vertalen of spraak omzetten naar tekst kan leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften helpen om zelfstandiger met de leerstof te werken.

Ook intensieve, adaptieve begeleiding is interessant wanneer menselijke één-op-één begeleiding simpelweg niet voortdurend beschikbaar is. Alleen komt daar meteen weer een andere vraag achteraan: helpt de AI een leerling om te leren, of vooral om een taak af te krijgen?

Dat verschil is belangrijk.

Onderzoek naar AI-tutoring laat precies dat spanningsveld zien. Leerlingen kunnen tijdens het gebruik van AI veel beter presteren, terwijl hun zelfstandige prestaties daarna juist achterblijven wanneer de AI te veel van het denkwerk overneemt. Met een anders ontworpen AI-tutor, die meer stuurt met hints en minder snel antwoorden weggeeft, kan dat effect er heel anders uitzien.

Dus zelfs wanneer AI duidelijk iets toevoegt, is de vraag niet alleen of we het inzetten, maar ook hoe.

AI moet niet alleen het antwoord makkelijker bereikbaar maken. Het moet het leren ondersteunen.

Onderwijs gaat niet alleen over efficiëntie

Misschien zit daar voor mij de belangrijkste laag onder deze hele discussie. Als we over AI praten, gaat het ontzettend vaak over tijd: hoeveel tijd bespaart het, hoeveel sneller kan een docent een les voorbereiden en hoeveel werk kunnen we automatiseren?

Dat zijn terechte vragen. Zeker in een sector waar werkdruk een serieus probleem is. Maar onderwijs is geen productieproces waarin sneller automatisch beter betekent.

Een leerling die sneller een antwoord krijgt, heeft niet automatisch meer geleerd. Een docent die sneller feedback produceert, geeft niet automatisch betere begeleiding. En een school die meer automatiseert, geeft niet automatisch beter onderwijs.

Onderwijs gaat ook over leren denken, zelfstandig iets proberen, fouten maken, twijfelen, gesprekken voeren en verantwoordelijkheid nemen.

Gert Biesta onderscheidt naast kwalificatie en socialisatie ook subjectificatie: onderwijs heeft niet alleen te maken met wat iemand weet of hoe iemand onderdeel wordt van bestaande praktijken, maar ook met de leerling als iemand die zelf denkt, kiest en handelt.

Juist dat vind ik relevant in de discussie over AI.

De vraag is niet alleen: is AI goed genoeg om deze taak over te nemen? Maar ook: willen we eigenlijk dat deze taak wordt overgenomen? En misschien nog belangrijker: wat gebeurt er met het leren als we dat doen.

Een kleine check voordat er weer een tool bijkomt

Als een school een nieuwe AI-tool overweegt, zou ik daarom eerst ongeveer deze vragen willen stellen:

  1. Welk concreet probleem proberen we op te lossen?
  2. Voor wie is dit daadwerkelijk een probleem: leerlingen, docenten, ondersteuning of organisatie?
  3. Hoe lossen we het nu op, en wat werkt daar niet goed genoeg aan?
  4. Is technologie hiervoor nodig, en waarom zou AI beter passen dan een andere oplossing?
  5. Hebben we deze functionaliteit misschien al in een systeem dat we gebruiken?
  6. Bespaart de toepassing echt werk, of verschuift het werk naar controle, beheer en correctie?
  7. Wat betekent de tool voor privacy, veiligheid, autonomie, kosten en afhankelijkheid van een leverancier?
  8. En de belangrijkste: draagt dit bij aan het onderwijs dat we willen geven?

Pas wanneer daar goede antwoorden op zijn, wordt de vraag welke tool daarbij past voor mij interessant.

Dat sluit ook aan bij de vrij nuchtere lijn die de OECD kiest: generatieve AI kan onderwijs verrijken, maar moet doelgericht worden ingezet en niet ten koste gaan van zelfstandig denken of de pedagogische relaties waarop onderwijs drijft. 

Misschien is dat uiteindelijk ook mijn antwoord op de vraag uit de titel.

Nee, we hebben niet voor ieder onderwijsprobleem een nieuwe AI-tool nodig. Soms kan AI iets mogelijk maken wat eerder nauwelijks haalbaar was, soms is een bestaande toepassing voldoende en soms ligt de beste oplossing helemaal niet in technologie.

Daarom zou ik minder willen beginnen bij wat AI allemaal kan. Eerst kijken wat een leerling, docent of school werkelijk nodig heeft, en dan pas kijken of AI daarbij helpt.

Niet tegen AI. Wel kritisch genoeg om niet iedere nieuwe mogelijkheid automatisch voor vooruitgang aan te zien.

Bronnen

Winkelwagen
Scroll naar boven