Van verouderd materiaal naar visuele ondersteuning die weer aansluit
De afgelopen periode heb ik visueel materiaal ontwikkeld ter ondersteuning van woordvindingsproblemen. Een proces dat me opnieuw liet zien dat goed visueel materiaal veel meer is dan iets wat je ‘even’ maakt.
Het vraagt tijd, afstemming en vooral aandacht voor de manier waarop het uiteindelijk wordt gebruikt.
Een vraag die bleef hangen
Al langere tijd merkte ik dat veel bestaand visueel materiaal niet meer actueel aanvoelt. Tegelijkertijd is er in de praktijk lang niet altijd tijd om bestaand materiaal te vernieuwen.
Dat werd voor mij heel concreet toen ik een tijd geleden een mail ontving. In de bijlage zat materiaal uit 1999, met daarbij de opmerking: “Dit ziet er inmiddels ontzettend oubollig uit.”
De vraag was hoe het bestaande materiaal vernieuwd kon worden, zonder het oorspronkelijke doel uit het oog te verliezen.
Die vraag zette me meteen aan het denken. Want voor mij ging het niet alleen om hoe het materiaal eruitziet, maar vooral om de vraag of het nog aansluit bij hoe kinderen vandaag de dag kijken, denken en leren.
Eerst begrijpen, daarna ontwerpen
Aan dit materiaal heb ik langer gewerkt dan ik in eerste instantie misschien had verwacht. Niet omdat het technisch ingewikkeld was, maar omdat ik eerst goed wilde begrijpen hoe het in de praktijk wordt gebruikt.
Daarom heb ik ambulant begeleiders vragen gesteld over hun ervaringen. Hoe zetten zij het materiaal in? Wat helpt kinderen? En welke onderwerpen missen zij in het bestaande aanbod?
Die antwoorden werden het vertrekpunt van mijn ontwerpproces.
Ik wilde niet alleen iets maken wat er moderner uitziet. Het materiaal moest vooral duidelijk en bruikbaar zijn.
Daarom heb ik het beeld zoveel mogelijk leidend gemaakt en de taal ondersteunend. De afbeeldingen bevatten weinig tekst, zodat er eerst ruimte is om te kijken, te wijzen en na te denken.
Herkenning en rust in het beeld
Tijdens het ontwerpen stelde ik mezelf steeds opnieuw vragen. Wat valt als eerste op? Waar blijft het oog hangen? Welke details helpen en welke leiden juist af?
In een groot deel van het materiaal komt daarom hetzelfde personage terug. Je ziet het bijvoorbeeld nadenken, zoeken of iets uitleggen.
Die herhaling is bewust gekozen. Een herkenbaar personage geeft rust en zorgt ervoor dat de aandacht niet steeds naar iets nieuws wordt getrokken.
Ook in stijl, kleurgebruik en opbouw heb ik geprobeerd die lijn vast te houden. Daarnaast heb ik gekozen voor alledaagse en concrete woorden, zoals appel en paprika. Zo blijft het materiaal herkenbaar en dichtbij.


Wat er gebeurt voordat een woord er is
Tijdens het maken werd me steeds duidelijker hoeveel er eigenlijk al gebeurt voordat een woord wordt uitgesproken.
Een kind kan nadenken. Zoeken. Voelen dat het het antwoord eigenlijk wel weet, maar nog niet bij het juiste woord kunnen komen.
Dat zijn processen die je aan de buitenkant niet altijd ziet.
Door mimiek, houding en handgebaren in de afbeeldingen te verwerken, heb ik geprobeerd iets van dat proces zichtbaar te maken. Niet om alles letterlijk uit te leggen, maar om het denken te ondersteunen.
Visueel materiaal als onderdeel van het denkproces
Dit project heeft me opnieuw laten zien dat visueel materiaal voor mij niet alleen een eindproduct is.
Het is onderdeel van een proces.
Woorden ontstaan niet altijd doordat je ze rechtstreeks probeert op te roepen. Soms helpt het juist om eerst ruimte te geven om te kijken, te onderzoeken en te herkennen wat je al weet.
Een goed beeld kan daarbij ondersteuning bieden en helpen om uiteindelijk bij het juiste woord te komen.



