Boeken die mijn blik op AI en maatschappij hebben verbreed
Hoe meer boeken over AI ik lees, hoe minder mijn leeslijst eigenlijk alleen over AI lijkt te gaan.
Natuurlijk gaat het over taalmodellen, generatieve AI en wat er technisch mogelijk is. Maar minstens zo vaak gaat het over onderwijs, privacy, werk, macht, autonomie en de keuzes die we zelf maken. En vooral over de vraag wat al die technologie met ons als mens en maatschappij doet.
De afgelopen tijd heb ik daar behoorlijk wat boeken over gelezen. Mijn leeslijst is inmiddels alweer een stuk langer, maar onderstaande boeken raad ik nog steeds aan. Niet omdat ze allemaal hetzelfde vertellen juist niet. Samen laten ze zien hoeveel verschillende kanten er aan AI en technologie zitten.
Eerst begrijpen wat AI eigenlijk is
A.I. Artificiële Intelligentie – Lieven Scheire
Als je eerst wilt begrijpen wat AI eigenlijk is, voordat je je verdiept in alle ethische en maatschappelijke vragen eromheen, vind ik dit een toegankelijk boek om mee te beginnen.
Lieven Scheire probeert vooral begrijpelijk te maken wat er technisch onder de motorkap gebeurt. Hij legt onder andere neurale netwerken, patroonherkenning, taalmodellen zoals ChatGPT en beeldgeneratie uit, zonder dat je daarvoor een technische achtergrond nodig hebt.
Wat voor mij vooral werkt, is de combinatie van inhoud, humor en heldere uitleg. Het is vooral een goed beginnersboek: eerst begrijpen waar we het eigenlijk over hebben, daarna kun je altijd nog verder richting ethiek, onderwijs, macht of maatschappelijke gevolgen.
Leven en leren met AI – Ruud Huijts, Danny Bloks, Erdinç Saçan en Koen Suilen
Dit boek zit al een stap dichter bij de praktijk. Het is gericht op studenten en professionals en gaat niet alleen over wat generatieve AI kan, maar ook over kritisch denken, creativiteit en ethiek.
De praktijkvoorbeelden en reflectieopdrachten maken duidelijk dat AI-geletterdheid meer is dan leren hoe je een goede prompt schrijft. Het gaat ook om kunnen inschatten wanneer je AI gebruikt, wat je ermee doet en waar je zelf verantwoordelijk blijft.
Dat vind ik sowieso een terugkerend thema in veel van deze boeken: leren werken mét AI is iets anders dan het denken eraan uitbesteden.
Bewust omgaan met AI
Beter, Leuker, Sneller 2.0 – Barend Last, Ilona Boomsma en Jean-Luc Laval
Ook dit boek richt zich sterk op de praktijk. De auteurs laten zien hoe je generatieve AI kunt inzetten om leren en werken leuker en efficiënter te maken, zonder AI neer te zetten als magische oplossing voor alles.
De herziene editie gaat onder andere in op AI-agents, context-engineering en ethische dilemma’s. De toon is nuchter en praktisch en het boek is bruikbaar voor zowel beginners als mensen die al langer met AI werken.
Wat hier voor mij belangrijk aan is, zit eigenlijk al in het uitgangspunt: AI als verlengstuk van je eigen denken en ontwerpen, niet als vervanging daarvan.
Chatten met Napoleon – Barend Last en Thijmen Sprakel
Voor mensen die in het onderwijs werken, maakt Chatten met Napoleon die vertaalslag nog concreter.
Het boek laat bijvoorbeeld zien hoe je met generatieve AI historische dialogen kunt simuleren, maar bespreekt tegelijkertijd de digitale risico’s en didactische keuzes die daarbij horen. Het bevat veel verschillende les vormen voor vo, mbo en hbo.
Juist die combinatie vind ik interessant. Niet alleen vragen: “Wat kunnen we hiermee?”, maar ook: “Wanneer voegt het werkelijk iets toe aan leren?”
Dat lijkt misschien een klein verschil, maar volgens mij wordt die vraag alleen maar belangrijker nu AI steeds gemakkelijker beschikbaar is.
Kritischer kijken naar de AI-golf
The AI Con – Emily M. Bender en Alex Hanna
Wie na alle mogelijkheden behoefte heeft aan flink wat tegenwicht, kan verder met The AI Con.
Bender en Hanna zijn bijzonder kritisch op de huidige AI-hype en vooral op de grote technologiebedrijven erachter. Ze beschrijven taalmodellen nadrukkelijk als systemen die tekst genereren, niet als intelligente wezens die begrijpen wat ze zeggen. Ook kijken ze naar arbeid, commerciële belangen en de gevolgen voor onze informatieomgeving.
Hun toon is scherp en soms behoorlijk generaliserend. Positieve toepassingen van AI krijgen veel minder ruimte.
Maar misschien is juist daarom het boek interessant om naast de enthousiastere boeken te lezen. Niet om hun visie automatisch over te nemen, maar om grotere beloften rond AI minder vanzelfsprekend te vinden.
Niet onze AI – Laurens Vreekamp en Gabriella Obispo
Ook Niet onze AI stelt kritische vragen, maar vanuit een iets andere hoek. De centrale vraag is vooral: wie heeft eigenlijk de regie over AI?
De auteurs wijzen erop dat veel AI-technologie buiten Nederland wordt ontwikkeld, terwijl onze gegevens, normen en belangen er wel door geraakt worden. Ze bespreken onder andere bias, ongelijkheid en situaties waarin technologie voor verschillende groepen heel anders kan uitpakken.
Een gedachte die blijft hangen is hun idee van ‘vertraging als vooruitgang’. Niet automatisch de nieuwste technologie invoeren omdat het kan, maar eerst betere vragen stellen.
Dat betekent niet dat je tegen AI moet zijn. Juist het tegenovergestelde: serieus nadenken over de technologie voordat je haar overal inzet.
AI voor iedereen: de kracht van beleving – Erdinç Saçan
Die menselijke kant staat ook centraal in AI voor iedereen. Saçan behandelt met input van tientallen experts onderwerpen als ethiek, bias, klimaatimpact en ongelijkheid.
Het is geen technisch handboek. De interessante vraag is hier eerder wie bepaalt hoe AI onze wereld verandert en welke verantwoordelijkheid wij daar zelf in hebben.
AI is tenslotte geen natuurverschijnsel dat ons zomaar overkomt. Het is technologie die door mensen wordt ontworpen, ontwikkeld, gekocht en ingezet. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in gesprekken over AI wordt dat nog weleens vergeten.
Privacy gaat niet alleen over iets te verbergen hebben
Je hebt wel iets te verbergen – Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis
Dit boek gaat niet specifiek over de huidige generatie AI, maar hoort voor mij wel degelijk in dit rijtje thuis.
Martijn en Tokmetzis laten zien hoeveel gegevens we tijdens ons dagelijkse internetgebruik achterlaten en waarom het bekende argument “ik heb toch niets te verbergen” tekortschiet.
Wat het boek vooral duidelijk maakt, is dat privacy niet alleen draait om geheimen. Het gaat ook over wie informatie over je verzamelt, wat daarmee gebeurt en hoeveel controle je daar zelf nog over hebt.
Juist nu steeds meer digitale systemen afhankelijk zijn van grote hoeveelheden data, wordt die vraag alleen maar relevanter.
Wanneer technologie steeds meer voor ons beslist
Don’t Mention the War – Rens van der Vorst
Op het eerste gezicht lijkt dit een vreemde titel in een boekenlijst over AI en maatschappij. Het gaat immers voor een belangrijk deel over voetbal en de VAR.
Maar juist daarom vind ik het interessant.
Van der Vorst gebruikt de videoscheidsrechter om naar onze bredere omgang met technologie te kijken. Het gaat over regels, controle, onzekerheid, ons streven naar perfectie en de vraag wat er gebeurt wanneer technologie steeds vaker tussen mensen en hun eigen oordeel komt te staan.
Die lijn trekt hij door naar organisaties, onderwijs, zorg en andere delen van de maatschappij.
Je hoeft dus niet bijzonder geïnteresseerd te zijn in hoe AI technisch werkt. Dit boek stelt een andere vraag: wanneer helpt technologie mensen om hun werk beter te doen, en wanneer neemt ze stukje bij beetje hun autonomie over?
De VAR is daar vooral een heel zichtbaar voorbeeld van.
AI verandert werk, maar wie bepaalt hoe?
De toekomst van werk ‘Van hiërarchie naar democratie’ – Lisa Herzog
Lisa Herzog trekt het onderwerp nog verder open. Haar boek gaat niet in de eerste plaats over AI, maar over werk, macht en democratie binnen organisaties.
Ze stelt dat werk niet iets is wat we simpelweg moeten proberen te vermijden. Het is ook een plek waar verantwoordelijkheid, samenwerking en zeggenschap een rol spelen. Daarom pleit ze voor minder hiërarchie en meer invloed van werknemers op organisaties.
Dat wordt extra interessant nu technologie steeds meer onderdelen van ons werk verandert.
De discussie gaat dan al snel over de vraag welke banen AI kan overnemen of hoeveel efficiënter we ermee kunnen worden. Herzog brengt daar voor mij een andere vraag naast: wie heeft eigenlijk invloed op de manier waarop werk wordt ingericht?
Dat is misschien minder spectaculair dan voorspellen welke beroepen verdwijnen, maar waarschijnlijk minstens zo belangrijk.
Juist de verschillen maken deze boeken interessant
Deze boeken vertellen bepaald niet allemaal hetzelfde verhaal.
Sommige zijn enthousiast over wat je met AI kunt doen. Andere zijn kritisch op de belangen en machtsstructuren erachter. Sommige leggen uit hoe de technologie werkt, terwijl andere nauwelijks over de techniek gaan en juist kijken naar privacy, onderwijs, werk of autonomie.
Dat is precies waarom ik ze liever naast elkaar lees dan op zoek ga naar één boek dat mij vertelt hoe ik over AI moet denken.
Juist die verschillende invalshoeken maken het voor mij interessant. Het ene boek helpt je begrijpen wat AI technisch gezien is, terwijl een ander je laat nadenken over wat technologie betekent voor hoe we leren, werken, keuzes maken en met elkaar omgaan.
Misschien is dat wel het belangrijkste wat mijn groeiende stapel boeken me tot nu toe heeft gebracht: dat de interessantste vragen over AI uiteindelijk vaak niet over AI zelf gaan.
Ze gaan over wat wij belangrijk vinden, wat we aan technologie willen overlaten en waar we zelf aan het stuur willen blijven.
En mijn leeslijst groeit gewoon verder. Op dit moment ben ik ‘Mensen blijven tussen systemen’ aan het lezen.
