AI-geletterdheid is meer dan een goede prompt kunnen schrijven
AI gebruiken wordt steeds gemakkelijker. Een vraag stellen, een tekst laten samenvatten, ideeën verzamelen, een afbeelding maken of informatie ordenen: voor steeds meer toepassingen hoef je nauwelijks nog technische kennis te hebben.
Maar gemakkelijk te gebruiken is niet hetzelfde als gemakkelijk verantwoord te gebruiken.
En misschien zit daar wel een van de belangrijkste vragen van dit moment.
Weten hoe iets werkt is niet genoeg
Bij AI-geletterdheid wordt al snel gedacht aan vaardigheden. Hoe schrijf je een goede prompt? Hoe krijg je een bruikbaar antwoord? Welke AI-tool gebruik je waarvoor?
Dat hoort erbij. Maar het is maar een deel van het verhaal.
AI-geletterdheid gaat ook over begrijpen wat zo’n systeem wel en niet kan. Over herkennen wanneer een antwoord gecontroleerd moet worden. Over weten welke gegevens je wel en niet moet invoeren. En over nadenken over wat er kan gebeuren wanneer je een AI-antwoord daadwerkelijk gebruikt.
De Europese AI-verordening maakt dat inmiddels ook concreet. Organisaties die AI-systemen aanbieden of gebruiken, moeten maatregelen nemen om de AI-geletterdheid te ondersteunen van medewerkers en anderen die namens hen met die systemen werken. Hoe dat eruitziet, hangt af van bijvoorbeeld hun kennis en ervaring, de toepassing van de AI en de context waarin die wordt gebruikt. Er is dus niet één verplichte training of één certificaat waarmee iedereen ineens ‘AI-geletterd’ is.
Dat vind ik een belangrijk onderscheid.
AI-geletterd worden is iets anders dan een training afronden.
Een veilige tool maakt het gebruik nog niet automatisch veilig
Veel aandacht gaat terecht naar de vraag of een AI-dienst technisch en juridisch goed is ingericht.
Worden gegevens gebruikt om modellen te trainen? Waar wordt informatie opgeslagen? Wie kan erbij?
Dat zijn belangrijke vragen. Maar daarmee ben je er nog niet.
Ook in een goed beveiligde omgeving kan iemand informatie invoeren die daar niet thuishoort. Een AI-assistent die toegang heeft tot interne informatie kan tegen te ruime toegangsrechten aanlopen. En een antwoord dat binnen een beveiligde omgeving wordt gemaakt, kan nog steeds fout zijn.
Verantwoord AI-gebruik gaat daarom niet alleen over de techniek. Het gaat ook over gedrag, informatiebeheer en gezond verstand.
Niet alleen: mag deze tool worden gebruikt?
Maar ook: waarvoor gebruik ik hem, welke informatie geef ik mee en wat doe ik vervolgens met het antwoord?
Een overtuigend antwoord is nog geen betrouwbaar antwoord
Dat vind ik een van de belangrijkste dingen om bij AI-geletterdheid expliciet te maken: AI kan heel overtuigend klinken.
Een antwoord kan soepel geschreven zijn, logisch opgebouwd en behoorlijk stellig. Toch kan er informatie ontbreken of kan iets simpelweg niet kloppen. Ook de Europese Commissie noemt onjuiste of verzonnen informatie als een risico waar gebruikers zich bewust van moeten zijn.
Dus blijft controleren belangrijk.
Waar komt deze informatie vandaan? Is de bron betrouwbaar? Is die nog actueel? Worden feiten en interpretaties misschien door elkaar gehaald?
Dat vraagt iets anders dan alleen weten hoe je een AI-tool bedient.
Het vraagt kritisch denken.
Juist nu AI steeds gemakkelijker onderdeel wordt van zoeken, schrijven en leren, wordt die vaardigheid volgens mij alleen maar belangrijker.
In het onderwijs speelt dat misschien nog sterker
Kinderen en jongeren groeien op in een wereld waarin het onderscheid tussen informatie die door mensen of met behulp van machines is gemaakt steeds minder vanzelfsprekend is.
De vraag kan daarom niet alleen zijn hoe we voorkomen dat leerlingen AI gebruiken.
Veel interessanter is hoe we hen leren er verstandig mee om te gaan.
Digitale geletterdheid krijgt daarom ook steeds nadrukkelijker een plaats in het Nederlandse onderwijs. SLO heeft definitieve conceptkerndoelen voor digitale geletterdheid opgesteld voor het funderend onderwijs. Die staan nog niet in de wet, maar beschrijven wel wat leerlingen straks moeten kennen en kunnen. Daarin is onder andere aandacht voor artificiële intelligentie, algoritmen, digitale veiligheid en privacy en de invloed van digitale technologie op mens en samenleving.
Ook de Europese Commissie heeft haar richtlijnen voor het gebruik van AI en data in het onderwijs in 2026 vernieuwd. Daarin ligt nadrukkelijk aandacht op kritisch en ethisch omgaan met AI, naast de mogelijkheden die de technologie biedt.
Dat gaat dus veel verder dan leren welke knop je moet indrukken.
Het gaat ook over vragen stellen.
Klopt dit? Waar komt het vandaan? Welke gegevens gebruik ik? Wat gebeurt daarmee? Kan een systeem bevooroordeeld zijn? Wanneer heb ik menselijke kennis of hulp nodig?
Dat zijn eigenlijk niet alleen technische vragen.
Het zijn steeds meer vaardigheden die bij gewoon deelnemen aan de samenleving horen.
Ook transparantie wordt belangrijker
Sinds 2 augustus 2026 gelden in Europa transparantie- regels voor bepaalde AI-toepassingen.
Zo moeten mensen in bepaalde situaties worden geïnformeerd wanneer ze rechtstreeks met een AI-systeem communiceren. Voor aanbieders gelden daarnaast regels rond het technisch herkenbaar maken van AI-gegenereerde of gemanipuleerde inhoud. En bij bijvoorbeeld deepfakes en bepaalde met AI gemaakte teksten over onderwerpen van publiek belang gelden aanvullende informatieverplichtingen. Niet alle AI-content valt dus automatisch onder precies dezelfde regels.
Daar zit voor mij een gedachte achter die breder is dan wetgeving alleen.
Mensen moeten kunnen begrijpen waar informatie vandaan komt en met wie of waarmee zij te maken hebben.
Ook dat hoort bij verantwoord gebruik.
Niet omdat alles wat met AI tot stand komt automatisch verdacht is. Maar wel omdat context ertoe doet.
Misschien moeten we minder beginnen bij wat AI kan
De ontwikkeling gaat snel. Nieuwe functies verschijnen voortdurend en wat vandaag nog bijzonder lijkt, kan over een paar maanden alweer heel gewoon zijn.
Daarom lijkt het mij niet verstandig om AI-geletterdheid vooral aan losse tools, toepassingen of functies op te hangen.
Vragen die langer meegaan zijn volgens mij veel interessanter.
- Wat probeer ik eigenlijk te bereiken?
- Heb ik AI hiervoor nodig?
- Welke informatie geef ik uit handen?
- Hoe controleer ik het resultaat?
- Wie kan er gevolgen van ondervinden?
- En wie blijft uiteindelijk verantwoordelijk voor wat ermee gebeurt?
Dat laatste vind ik misschien wel een van de belangrijkste vragen.
Klein beginnen is zo gek nog niet
Verantwoord omgaan met AI betekent voor mij ook niet dat alles eerst volledig dichtgeregeld moet zijn voordat iemand iets mag proberen.
Juist klein beginnen kan verstandig zijn.
Eerst een duidelijke toepassing kiezen en bepalen wat je ermee wilt bereiken. Afspraken maken over welke gegevens wel en niet gebruikt mogen worden en hoe resultaten worden gecontroleerd. Vervolgens ervaring opdoen en bespreken wat goed ging, maar ook wat niet werkte.
En pas daarna beslissen of AI hier werkelijk iets toevoegt.
Daar hoort wat mij betreft ook bij dat mensen niet alleen hun succesverhalen delen.
Het is natuurlijk leuk wanneer AI tijd bespaart of iets gemakkelijker maakt. Maar een voorbeeld waarbij een antwoord niet bleek te kloppen, een bron ontbrak of menselijke expertise toch nodig was, kan minstens zo waardevol zijn.
Juist daarvan kun je veel leren.
Uiteindelijk gaat het over keuzes
De komende jaren zullen we waarschijnlijk steeds minder hoeven te praten over de vraag of AI wordt gebruikt.
De interessantere vraag wordt hoe.
Daarvoor zijn regels nodig. Goede techniek helpt. Privacy en beveiliging zijn belangrijk. Onderwijs en training ook.
Maar uiteindelijk komt het steeds weer terug bij mensen die keuzes maken.
Weten wat een AI-systeem kan. Begrijpen waar de grenzen liggen. Niet zomaar aannemen dat iets klopt omdat het overtuigend klinkt. En soms ook gewoon besluiten dat je iets beter zonder AI kunt doen.
Misschien is dat wel de meest bruikbare vorm van AI-geletterdheid.
Niet zoveel mogelijk met AI kunnen.
Maar bewust kunnen kiezen wanneer AI werkelijk iets toevoegt.
Bronnen
- EUR-Lex -AI Act, artikel 4 over AI-geletterdheid. De actuele wettekst bepaalt dat aanbieders en gebruikers van AI-systemen maatregelen moeten nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen.
- Europese Commissie -AI Literacy: Questions & Answers. Gebruikt voor de uitleg dat er geen verplicht certificaat of uniforme training bestaat en dat de aanpak afhankelijk is van kennis, context en risico.
- SLO -definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid. Gebruikt voor de actuele status van de Nederlandse kerndoelen en de inhoud rond AI, algoritmen, privacy en de invloed van digitale technologie.
- https://www.slo.nl/@24983/definitieve-conceptkerndoelen-dg/
- Europese Commissie – richtlijnen voor ethisch gebruik van AI en data in onderwijs. De richtlijnen zijn in 2026 bijgewerkt en besteden expliciet aandacht aan kritische en ethische AI-geletterdheid.
- Europese Commissie – transparantieverplichtingen uit artikel 50 van de AI Act. Gebruikt voor de regels die sinds 2 augustus 2026 gelden rond interactie met AI, AI-gegenereerde inhoud en deepfakes.
